“Mama, mogen we alsjeblieft een hond?"

Met grote puppyogen kijken mijn kinderen mij aan. Voor de zoveelste keer wordt deze vraag aan mij gesteld. En voor de zoveelste keer geef ik hetzelfde antwoord: “Een hond is hartstikke leuk en lief maar nu nog even niet.”

Mama_mogen_we_alsjeblieft_een_hond.jpg

Jarenlang was het antwoord een stuk duidelijker: “Nee, er komt geen hond. Want met twee bijna fulltime werkende ouders zit de hond de hele dag alleen thuis. En dat is zielig.” De kinderen kwamen met alle mogelijke oplossingen om de zielige hond te helpen. De buurvrouw kon wel opletten. Of oma want die werkte toch niet. Dat oma aan de andere kant van het land woont en dus niet ‘even’ elke middag op en neer kon komen om de hond uit te laten, daar stonden ze natuurlijk niet bij stil.

En toen kwam corona. En opeens was het excuus van de hond die alleen thuis zat van tafel. Want ja, we zaten allemaal thuis. De hele dag. Dus daar kon best een hond bij toch? Mijn tegensputteren werd al wat minder maar ik bleef standvastig nee zeggen. Want dat thuis zitten was toch maar voor even? Daarna gingen we allemaal weer naar kantoor en naar school. En dan was de hond nog zieliger. Want waar hij eerst gewend was aan iedereen thuis, was dan iedereen opeens weg. Dus nee, er kwam nog steeds geen hond.

Inmiddels zijn we twee jaar verder en zijn we gewend aan het nieuwe normaal. We werken nog steeds grotendeels thuis en zullen dat ook blijven doen. Dus waarom dan toch nog geen hond? Het is zo leuk voor het gezin en zo gezellig om lange wandelingen mee te maken. En even voor de duidelijkheid: ik vind honden fantastisch. Maar vooral bij anderen thuis en op straat. Ik aai regelmatig een langslopende hond en doe met liefde mee aan de socialisatietraining van een pup door het diertje aan te halen en te knuffelen.

Maar ik ben mij ook bewust van de negatieve kanten. En dan bedoel ik niet alleen de wandelingen in de regen en de kou, vakantieopvang regelen en nooit eens spontaan een paar uur langer van huis blijven. Noem het beroepsdeformatie. Maar denk ik aan honden dan denk ik ook aan het letsel dat zo’n dier kan toebrengen. En natuurlijk, als eigenaar ben je daar zelf bij en zul je er voor moeten zorgen dat jouw hond goed gesocialiseerd en getraind wordt. Die verantwoordelijkheid heb je nu eenmaal als bezitter van een dier.

Maar daar gaat het dus mis. De cijfers liegen er niet om. Sinds de coronacrisis is de huisdierpopulatie in Nederland flink toegenomen. Veel gezinnen besloten een hond te nemen. Dat die pup niet op puppytraining kon omdat de meeste hondenscholen dicht waren, ja dat was lastig maar niet onoverkomelijk. De baasjes zorgden er zelf wel voor dat de hond leerde luisteren en netjes aan de lijn liep. Waar deze coronapups alleen niet op getraind konden worden, waren de veranderingen die corona nu eenmaal met zich meebracht op sociaal gebied. We zijn in korte tijd gegaan van weinig bezoek thuis en rustig op straat naar iedereen weer over de vloer en met zijn allen de straat op. En dus heeft de coronacrisis niet alleen tot gevolg dat het aantal honden in Nederland fors is toegenomen, maar ook dat het aantal bijtincidenten toeneemt.

En dat merken we bij intake ook. Waar we voorheen af en toe een keer een melding over een bijtincident kregen, stijgt het aantal meldingen sinds medio maart flink. Ik snap dat ook wel. Het weer wordt beter dus we gaan er met zijn allen meer op uit. En dan gaat de hond natuurlijk mee want die kun je niet alleen thuis laten zitten. Dat is zielig. En dat die schattige puberhond - want ja, ze blijven niet altijd een pup - niet gewend is aan alle drukte om zich heen en daardoor ander gedrag vertoont dan je had verwacht of ingeschat, daar staan helaas niet alle hondenbezitters bij stil. Ik wel. Dus probeer ik de buiten lopende honden - en hun baasjes - altijd goed in te schatten. En leer ik mijn kinderen dat ze eerst vragen of een hond geaaid mag worden. En komt er - voorlopig in ieder geval - nog geen hond in huis. Zelfs niet als twee paar puppyogen het heel lief vragen.

Carla Prins, Letselschadejurist Intake