Pasop

Op zondag keek ik in mijn agenda. Eén afspraak. Alleen een online meeting met een aantal collega’s van SRK, BSA en Brandmeester. Vóór corona had ik elke week wel zes tot acht afspraken. Nu zit ik de hele week thuis achter de laptop en behandel ik mijn digitale dossiers. Geen fysieke afspraken. Wat is er veel veranderd!

Pasop_Pals.jpg

In het begin van mijn carrière bij Pals was het heel normaal om 180 dossiers in behandeling te hebben. Elke week twee à drie dagen op pad. Wel vier of vijf afspraken op een dag. Lange dagen soms. Rondrijdend door het Noorden, op bezoek bij mensen met letselschade. Mijn regio was ook toen al behoorlijk groot. Noordoost Nederland, van Enschede tot Uithuizermeeden. En dat was toen ook nog zonder mobiele telefoon of navigatie. De avond voor een routedag keek ik in mijn kaartenboek hoe ik ongeveer moest rijden. In de auto lag het stratenboek van de Shell om in de grotere plaatsen mijn weg te kunnen vinden. En dan hoopte ik altijd maar dat de secretaresse er een beetje een logische route van had gemaakt.

Van Stadskanaal naar Midwolda, dan naar Slochteren en via Groningen weer naar Emmen leek zoveel jaar geleden heel logisch. De afspraak in Stadskanaal verliep voorspoedig. Veel sneller klaar dan -verwacht reed ik – er was geen plan B – rustig naar de volgende afspraak. Alle tijd. Tot ik op het informatiebord met de plattegrond van Midwolda het te bezoeken adres niet kon vinden. Misschien een nieuwbouwwijk? Een enkele voorbijganger kende de straat ook niet. Een tweede evenmin. Hier ging iets mis. Vertwijfeld reed ik rond en sprak een derde passant aan. Die vroeg me of ik niet in Midwolde moest zijn. “Ja hoor, dat staat zo in mijn agenda!” Terwijl ik het zei, begon ik te verkleuren want toen pas drong het tot mij door dat ik in het verkeerde dorp stond.

Snel rekenen. Ik was een half uur te vroeg in Midwolda. Naar Midwolde via de A7 zou in een half uur te doen zijn. Met één enkele verkeersovertreding van een half uur lang reed ik keurig op tijd Midwolde binnen. De straat had ik meteen gevonden. Toch wat trots op mijzelf reed ik verder op zoek naar het goede adres. Het huisnummer weet ik niet meer. Wat ik nog wel weet is dat ik het niet kon vinden. Een hele lange straat die tot ver buiten het dorp ging. De telling hield echter op waar die voor mij nog enkele nummers verder moest gaan. Misschien had ik iets gemist? Misschien een zijstraatje over het hoofd gezien? Die hele lange straat twee keer op en neer gereden maar het goede huisnummer hield zich voor mij verborgen. Ten einde raad het dorp ingereden. Een café opende net zijn deuren en daar mocht ik wel even bellen. Ik kreeg de vader van het slachtoffer aan de telefoon.  Die klonk niet blij. Ik was al bijna een half uur te laat en hij had er speciaal vrij voor genomen. Licht geïrriteerd over mijn dommigheid legde hij uit hoe ik moest rijden.

Achteraf bleek namelijk dat ik er twee keer vlakbij was geweest. Op de T-splitsing waar ik dacht dat een andere weg begon (er stond heel prominent een bord met een andere straatnaam), had ik rechtsaf moeten slaan. Dat was het vervolg van de weg dat ik had moeten hebben en daar vond ik alsnog het huisnummer waar ik mijn afspraak had. Ik had gewaarschuwd kunnen zijn. De straatnaam: Pasop!

En ja, die bestaat echt. Nog steeds, heb ik net gegoogeld. Nu zou ik er met de moderne navigatie van mijn nieuwe leaseauto moeiteloos naar toe zijn gereden. Maar ja, ik hoef er nu niet naar toe. Voorlopig moeten we vooral thuisblijven. Maar dat wil ik helemaal niet meer. Ik wil weer naar mijn klanten, mensen thuis bezoeken en aan de keukentafel een kopje koffie drinken. Menselijk contact. Dat wil ik. Daar word ik voor behandeld. Binnenkort hoop ik dan maar. Als 60-plusser ben ik bijna aan de beurt.

Bert Heida, Letselschadespecialist NIVRE-re