Zwart

Mijn moeder hield er niet van. Ik hoor het haar nog zo zeggen: “Ach kind, dat is toch zo somber!” Maar het is mijn favoriete kleur. Veel van mijn kleding is dan ook zwart. En op mijn zwarte t-shirts staan bandnamen of doodshoofden met inspirerende teksten. Of allebei. Mijn moeder zou er van gruwen. Net als van mijn te lange haar en baard. Die inmiddels overigens heel lichtzwart zijn geworden.

labd_pals-zwart

Nu is zwart eigenlijk helemaal geen kleur. Het is de afwezigheid van licht. En dat maakt het letterlijk en figuurlijk duister. Dat vind ik intrigerend. Het is de aantrekkingskracht van het kwaad. Als jong mens las ik veel horror. Talloze pulpverhalen die ik in de supermarkt kocht. Slappe kaften, 32 pagina’s in twee kolommen tekst. Op de zwart-wit tv die op zolder stond, keek ik naar Dracula films. Ik denk dat ik alle Hammer films met Christopher Lee heb gezien. Het was 1978 toen ik het originele Dracula boek van Bram Stoker las. Ik vond het fascinerend. Ondanks - of misschien moet ik zeggen vooral - omdat het wordt verteld aan de hand van persoonlijke brieven en dagboekfragmenten.

Omstreeks die tijd was ik namelijk begonnen met een dagboek. Het was mijn eerste jaar in Drenthe en meteen de strengste winter in jaren. En ik schreef brieven aan de vrienden die nog in het westen woonden. Dus paste het boek precies in het moment. Drenthe was op dat moment mijn Transsylvanië. Als de sneeuwjachten rond het huis bliezen, hoorde ik in mijn fantasie de wolven huilen. Ik sliep onrustig, droomde over mooie vrouwen die gebeten werden en was blij als de zwarte nacht werd verdreven door een mager zonnetje dat de ijsbloemen op het raam fraai verlichte.

Wat is er in die 44 jaar veel veranderd. Of toch niet? De wolven lopen nu echt in Drenthe en met bloed verdien ik mijn dagelijks brood. Dat laatste natuurlijk spreekwoordelijk. Want bloed staat voor leven en als dat wordt vergoten kunnen de slachtoffers geen beroep doen op Van Helsing - de vampierjager - maar op Pals. Geen staak door het hart maar een juridische doodssteek. Wij zorgen dat het vergoten bloed ruimschoots wordt gecompenseerd.

Ach, ik schiet weer een beetje door. Ik zie je haast zitten en dat denken. Mijn vrouw zei het letterlijk. En ik geef toe, de vergelijking tussen een vampierjager en een letselschadespecialist bij Pals is wat vergezocht. En de vergelijking tussen vampiers en verzekeraars natuurlijk ook. Maar wel leuk. Vind ik dan. Het scenario voor een slechte B-film heb ik bij wijze van spreken al bijna geschreven.

De winter van ’78/ ’79 kan ik me nog goed herinneren. Voor de jongeren onder mijn lezers: toen zag Nederland er even uit als een wintersportvakantie. Met sneeuw tot aan de nok van de daken. Dat gaan we niet meer meemaken, denk ik. En die wintersportvakantie in Oostenrijk is ook niet meer zo vanzelfsprekend. Die zwarte piste is nu gewoon grasgroen of modderzwart. Een scenario over klimaatverandering dat werkelijkheid is geworden.

Maar met mij gaat het goed hoor. Aardig dat je er naar vraagt. Niet alles gaat goed. Maar dat is voor een volgende blog. Misschien. Geestelijk ben ik echter redelijk oké. Dus als cliënt hoeft u zich geen zorgen te maken. Als collega ook niet. De bloeddruk is wat aan de hoge kant. Maar daar wordt aan gewerkt. En ik ga voorlopig nog geen slechte filmscenario’s schrijven. De werkelijkheid is al erg genoeg. Hierover worden dagelijks zwarte scenario’s geschetst.

Morgen trek ik weer een zwart t-shirt aan. En hervat ik de strijd. Niet met knoflook en een houten staak. Maar gewoon met een wetboek en met een mok koffie natuurlijk. Doe maar zwart.

Bert Heida, Letselschadespecialist NIVRE-re