In het geval van letselschade dient de aansprakelijke partij, bij erkende aansprakelijkheid, de redelijke kosten van deskundige bijstand (buiten rechte) te vergoeden. Onder kosten van deskundige bijstand vallen bijvoorbeeld het honorarium van de belangenbehartiger en de kosten die worden gemaakt ter vaststelling van de aansprakelijkheid, de schade en de verkrijging van de schadevergoeding buiten rechte. Dit worden ook wel de buitengerechtelijke kosten genoemd.

In het verleden heeft dit wetsartikel in veel letselschadezaken voor discussie gezorgd, omdat de betrokken partijen een eigen mening hadden over de ‘redelijkheid’ van de kosten. Verzekeraars hanteren een zogenaamde dubbele redelijkheids toets, waarbij eerst wordt gekeken of de kosten terecht zijn gemaakt en vervolgens of de kosten redelijk zijn in verhouding tot de uitgekeerde schadevergoeding. Als een verzekeraar bepaald dat de kosten uiteindelijk niet ‘redelijk’ blijken te zijn, dan zal hij deze (deels) niet vergoeden. In dat geval zouden deze kosten (zonder de garantie van kosteloze letselschaderegeling) voor rekening van het slachtoffer komen.

Stichting PIV

Omdat de meeste verzekeraars inzien dat de huidige interpretatie van het wetsartikel leidt tot een hoop onduidelijkheid en discussie, hebben zij besloten hier concreet iets aan te doen. Deze verzekeraars hebben hun krachten gebundeld in de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV). Het doel van deze stichting is een bijdrage te leveren aan de optimalisering van de personenschaderegeling, om zo een schadegeval naar tevredenheid van alle betrokken partijen te behandelen en af te ronden.

Het belangrijkste resultaat van deze stichting is de ontwikkeling van de PIV-overeenkomst. In de PIV-overeenkomst zijn een aantal omgangsprocedures vastgelegd met een vergoedingstabel voor de buitengerechtelijke kosten, de PIV-staffel. Op basis van deze PIV-staffel ontvangen belangenbehartigers die zich hebben geconformeerd aan de PIV-overeenkomst, een percentage van de uiteindelijke schadevergoeding als vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten.

Pals Letselschade en de PIV-overeenkomst

In lijn met de Gedragscode Behandeling Letselschade heeft Pals Letselschade zich geconformeerd aan de PIV-overeenkomst van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV). Wij denken dat hiermee onnodige discussies voorkomen worden, waardoor de focus op het slachtoffer en zijn/haar letselschade gelegd kan worden.

De afspraken in de PIV-overeenkomst hebben inhoudelijk geen enkele invloed op de behandeling van een zaak. Als duidelijk wordt dat de partijen er in overleg niet uitkomen, dan staat het Pals Letselschade vrij om in het belang van de cliënt een gerechtelijke procedure te starten en de zaak aan de rechter voor te leggen. De afspraken in de PIV-overeenkomst komen op dat moment te vervallen.

Pals Letselschade is ervan overtuigd dat deze afspraken in het voordeel zijn van onze cliënten en dat ze leiden tot een slachtoffervriendelijker rechtssysteem. Slachtofferhulp Nederland deelt deze mening en laat in een officiële reactie weten het tot stand komen van deze afspraken actief te ondersteunen. Ook (toenmalig) Minister van Justitie Hirsch Ballin heeft in een verklaring laten weten de ontwikkeling van deze werkafspraken toe te juichen, omdat deze de rechtspositie van het slachtoffer verbeteren.

Overige verzekeraars

Er zijn nog een aantal verzekeraars die zich niet hebben aangesloten bij de Stichting PIV. Deze verzekeraars zijn vrij om zelf te bepalen of zij conform artikel 6:96 BW vinden dat de gemaakte kosten de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. Hierdoor bestaat het risico dat de kosten niet vergoed zullen worden.