Op woensdag 16 juni 2015 meldde ‘De Stentor’ dat Isala Klinieken te Zwolle gereageerd heeft op een aanklacht in een zaak uit 2013. Daarbij kwam een baby om het leven.

De aanklacht luidde dat de gynaecoloog, die de baring begeleidde na een zwangerschap van 25 weken, ernstige fouten heeft gemaakt, doordat hij (veel) te hard aan het hoofdje van de baby getrokken zou hebben toen dat klem kwam te zitten, met alle gevolgen van dien. Het ziekenhuis reageerde eerst nadat het rapport van de Inspectiedienst voor de Gezondheidszorg (IGZ) beschikbaar was gekomen. De IGZ had een externe deskundige ingeschakeld om de zaak te laten beoordelen en baseerde haar rapport mede daarop. Daaruit volgt volgens het ziekenhuis dat er geen fouten zijn gemaakt, maar dat sprake is geweest van een zeldzame complicatie. Het IGZ zou dat standpunt ook hebben ingenomen volgens het ziekenhuis.

De ouders lijken daarmee geen genoegen te nemen en van plan te zijn om een klacht in te dienen bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (RTG). Het ziekenhuis vindt dat zij ten onrechte in een kwaad daglicht wordt gesteld. Zij denkt dat een tuchtprocedure helderheid zou kunnen geven.

Klacht indienen bij het Regionaal Tuchtcollege

Dit is een bijzondere procedure. Er is voor klachten over onder andere artsen een speciaal college dat een oordeel kan geven over dit soort klachten en ook een of meer maatregelen kan opleggen. Dat zijn: een waarschuwing, een berisping, een geldboete van ten hoogste € 4.500,- , tijdelijke schorsing uit het register voor ten hoogste een jaar, gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid van beroepsuitoefening, doorhaling van de inschrijving in het register (zie artikel 48 Wet BIG). Het college bestaat in beginsel uit vijf leden, waarvan er twee jurist zijn (waaronder de voorzitter) en drie vakgenoten (artsen), zie artikel 55 Wet BIG.

In de publieke opinie worden de maatregelen nogal eens als te licht beschouwd, zeker als in een specifiek geval de maatregel waarschuwing of berisping wordt opgelegd. Het is echter ook bekend dat de meeste artsen een dergelijke maatregel zeer serieus nemen en een veroordeling zwaar opvatten. Tegen de beslissing van een RTG staat beroep open bij het Centraal Tuchtcollege te Den Haag.

De procedure kenmerkt zich door een uitgebreide inhoudelijke beoordeling van de klacht over het handelen van de aangeklaagde arts en een in beginsel openbare zitting. Bij oplegging van een maatregel is de uitspraak ook openbaar.

Schadevergoeding bij medische fout

Het RTG oordeelt niet over schadevergoeding. Dat doet de civiele rechter. Of er recht bestaat op vergoeding van schade, waaronder bijvoorbeeld smartengeld, moet los van de klachtzaak beoordeeld worden. Van belang is om voor ogen te houden dat als een maatregel wordt opgelegd door het RTG, dat niet betekent dat er dus ook recht op schadevergoeding bestaat. De uitspraak van het RTG kan en zal wel meespelen bij de vraag of zulk een recht bestaat, maar het hangt erg af van de inhoud van de klacht en de inhoud en motivering van de uitspraak, of het oordeel van het RTG daarvoor mede bepalend is.

De wel eens bepleite strategie om voorafgaand aan een letselzaak een klachtzaak te beginnen is dus zeker niet altijd verstandig. Los daarvan zijn er natuurlijk zaken die vooral niet over schadevergoeding gaan en wel over de behoefte om een oordeel over het handelen van een arts te krijgen van een deskundig college. Daarvoor leent de klachtprocedure zich goed.

Mr. Freek Schultz NIVRE-re
Letselschadespecialist Pals Letselschade