Het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten publiceerde: ”Beroepsziekten in Cijfers 2014”. In die publicatie (een boekwerk van bijna 140 pagina’s) wordt veel informatie verstrekt over de verschillende soorten beroepsziekten die er zijn en hoe vaak ze voorkomen.

Het blijkt dat op de 100.000 werknemers 267 gevallen van beroepsziekte gerapporteerd worden. Op een beroepsbevolking van bijna 8,5 miljoen mensen, zijn dat ongeveer 22.500 gevallen per jaar. Bij zes op de tien gevallen is sprake van tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid.

Onderscheid in beroepsziekten

Men onderscheidt psychische aandoeningen (circa 35% van de gevallen), aandoeningen aan hand -en bewegingsapparaat (25%), gehoorschade (22%) en overig (18%), waarbij onder andere gedacht kan worden aan asbestose, organo psycho syndroom (schildersziekte) of COPD (astma). Bij de grootste categorie, psychische aandoeningen, moet vooral gedacht worden aan overspannenheid en burn-out. De tweede categorie, aandoeningen aan hand -en bewegingsapparaat, wordt gevormd door met name RSI, tenniselleboog en rugklachten. Het aantal RSI gevallen is in de periode 2000 tot 2013 sterk gedaald (hoewel melding gemaakt wordt van extra belasting bij gebruik van een iPad/tablet in plaats van een laptop of een computer), terwijl in dezelfde periode een stijging te zien is van uitval door psychische klachten.

De cijfers maken duidelijk dat (te) vaak sprake is van arbeidsuitval door beroepsziekte. In die gevallen rijst de vraag of het een en ander voorkomen had kunnen worden en of de werkgever misschien aansprakelijk te stellen is voor de geleden schade.

Juridisch kader

Het juridische kader wordt in dit soort zaken gevormd door de bepalingen in de wet die zien op de zorgplicht die de werkgever heeft voor zijn werknemers. De bepaling die over de aansprakelijkheid gaat is artikel 7: 658 BW en dan in het bijzonder lid 2:

“De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer”.

De verwijzing naar lid 1 ziet met name op de verplichting van de werkgever om zoveel mogelijk te voorkomen dat de werknemer schade lijdt. Die verplichting wordt nader ingevuld door allerlei wet – en regelgeving, zoals bijvoorbeeld de Arbeidsomstandighedenwet, toepasselijke protocollen, circulaires etc.

Arbeidsongevallen versus beroepsziekten

Voor de uitkomst van een individueel geval is van belang wie wat moet bewijzen. Bij arbeidsongevallen en beroepsziekten moet de werknemer bewijzen dat hij schade in de uitoefening van zijn werkzaamheden heeft geleden. Lukt dat, dan moet de werkgever bewijzen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. Bij de beroepsziekten ontstaat hier een moeilijkheid.

Bij arbeidsongevallen is het meestal niet moeilijk vast te stellen dat de schade (veroorzaakt door opgelopen letsel door ongeval) in de uitoefening van het werk is ontstaan; als iemand bijvoorbeeld van een trap of steiger valt is het eenvoudig na te gaan of dat tijdens het werk was. In die zaken is dus de werkgever bijna altijd meteen aan zet; hij moet bewijzen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen en lukt dat niet, dan is hij aansprakelijk.

Bij beroepsziekten is het eerst de vraag of sprake is van een aandoening die aan het werk te relateren is. Als iemand stelt, dat hij RSI heeft door zijn werk, dan zal dat aannemelijk gemaakt moeten worden. Dan zal onder andere ook relevant zijn of iemand ook thuis weleens achter de computer zit. Bij psychische aandoeningen zoals burn-out kunnen persoonlijke omstandigheden een rol spelen. In deze kwesties speelt dus vaak eerst een causaliteitsvraag: is het letsel in de uitoefening van de werkzaamheden ontstaan of niet? Pas als dat aannemelijk gemaakt is, kan worden toegekomen aan de ommekeer van de bewijslast (benadeelde hoeft niet meer te bewijzen hoe het letsel is ontstaan).

Deskundigenoordeel nodig voor ommekeer bewijslast

Gelet op de hiervoor vermelde bewijsproblematiek juist in zaken, waarbij een beroepsziekte aan de orde is, zal in die gevallen doorgaans een deskundige moeten oordelen of de aandoening reëel is en of deze mogelijk door het werk of de werkomstandigheden is veroorzaakt. Als de mogelijke of waarschijnlijke relatie tussen aandoening en werk door een deskundige kan worden bevestigd, kan de bewijslast worden omgekeerd. Daarbij is van belang dat de werknemer als het ware is blootgesteld aan arbeidsomstandigheden die niet voldeden aan de toepasselijke regels en diens aandoening (deels) te verklaren is door de arbeidsomstandigheden. Als aannemelijk is dat iemand is blootgesteld aan een te hoge werkdruk (of ook dosering gevaarlijke stoffen) en zijn letsel is daardoor te verklaren, kan de bewijslast omkeren.

Bepaling van causaliteit beroepsziekten complex

Overspannenheid en burn-out zijn een toenemend maatschappelijk probleem. De getroffenen zien zich geplaatst voor lastige vraagstukken. Er lijkt een soort rechtsongelijkheid te bestaan tussen de beroepsziekten en de bedrijfsongevallen. Immers, de laatstgenoemde categorie benadeelden kan in de praktijk qua bewijsvoering ‘achterover leunen’, terwijl de door beroepsziekte getroffenen eerst maar eens aannemelijk moeten maken dat hun ziekte een relatie kent met het werk (blootstelling aan bepaalde arbeidsomstandigheden). Toch is het geen rechtsongelijkheid; het verschil in (rechts) positie kan worden verklaard, doordat het letsel complexer is en meestal niet door een plotselinge gebeurtenis (een ongeval) ontstaat, maar in de loop der tijd.

Mr. Freek Schultz NIVRE-re
Letselschadespecialist Pals Letselschade