Met een dwarslaesie verandert het leven volledig. Vooral de eerste tijd is verwarrend en onzeker. De controle over (een deel van) het lichaam is weg en dat veroorzaakt in feite een rouwproces met gevoelens van onwerkelijkheid en ontkenning met perioden van boosheid, verdriet en opstandigheid. Heel langzaam ontstaat duidelijkheid waarbij het moeilijk kan zijn om te aanvaarden dat men afhankelijk is geworden.

Wat is een dwarslaesie?

Een dwarslaesie is een gevolg van een beschadiging van het ruggenmerg. Het ruggenmerg is een onderdeel van het centrale zenuwstelsel en dat loopt vanaf de hersenstam door de wervelkolom naar het staartbeen. Door het ruggenmerg lopen zenuwen en vanuit het ruggenmerg ontspringen de zenuwen, die naar het hele lichaam lopen. Bij een dwarslaesie is de ruggenmergschade zo groot dat lichaamsfuncties, door de zenuwschade, geheel verloren gaan. De schade ontstaat meestal wanneer de wervels van de wervelkolom breken of verbrijzeld worden.

Oorzaken van een dwarslaesie

Vaak wordt een dwarslaesie veroorzaakt door een ongeluk. Verkeersongelukken, sportongelukken of verkeerd terecht komen na een val kunnen ervoor zorgen dat je wervelkolom breekt of verbrijzeld. Daardoor kunnen er stukken van de wervelkolom tegen het ruggenmerg aankomen en de zenuwen afknijpen of beschadigen. Andere oorzaken van een dwarslaesie kunnen zijn: schot- en steekwonden, beschadiging tijdens een operatie, ontstekingen, gezwellen, bloedingen, infarcten, aandoening in de wervelkolom of in het ruggenmerg, bijvoorbeeld MS (multiple sclerose) of een HNP (hernia).

Verschil tussen een hoge en lage dwarslaesie

Schade aan het cervicale deel (nek) van het ruggenmerg veroorzaakt verlies van functie in beide armen en benen en het hele lichaam van borst tot teen. Dit staat bekend als de complete of hoge dwarslaesie. De medische term is tetraplegie. Schade aan het thoracale deel (borst) veroorzaakt verlies van functie in de borst, heupen en benen, maar niet van de armen. In de volksmond bekend als de lage dwarslaesie. Schade van het lumbale en sacrale deel geeft verlamming van de heup- en beenfuncties. De hierbij horende medische term is paraplegie.

Kenmerken

Schade aan het ruggenmerg of dwarslaesie resulteert afhankelijk van de ernst van de schade in verlies van bewegingen, gevoel en de controle over de organen. Kenmerkend zijn:

  • doorlig en -zitplekken;
  • verlamming van spieren;
  • verlies van spiermassa, -volume en -kracht;
  • spieren met spastische bewegingen;
  • geen gevoel voor pijn, heet/koud en druk;
  • geen gevoel voor positie van ledematen als vingers, hand, armen en benen;
  • slechte regulatie van lichaamstemperatuur
  • verlies van normale maag/darm functies en de blaas;
  • pijngevoelens in organen;
  • verlies van de seksuele functies.

Als er sprake is van een incomplete (partiële) dwarslaesie, dan is het ruggenmerg gedeeltelijk beschadigd. Bepaalde functies zijn nog wel bruikbaar. Een gedeeltelijke beschadiging kan soms gedeeltelijk herstellen door een spontane reorganisatie van het zenuwstelsel. Dat herstel kan vaak bevorderd worden met langdurige en intense fysiotherapie.

Letselschaderegeling toegespitst op persoon

Het verlies van de controle over het lichaam en daarmee de onafhankelijkheid maakt dat de letselschaderegeling in geval van een dwarslaesie geen standaard afwikkeling kan en mag zijn. Ondanks dat in een relatief korte tijd is vast te stellen wat de blijvende gevolgen zijn. De letselschadepraktijk laat zien dat wij te maken hebben met slachtoffers die de gevolgen, los van elkaar, anders ervaren en verwerken. We hebben te maken met slachtoffers in diverse leeftijden, met verschillende achtergronden en ieder een eigen vorm van acceptatie. Nadat het slachtoffer het ziekenhuis heeft verlaten en de revalidatie heeft afgesloten, vangt de letselschadespecialist aan met het inventariseren en het begroten van de blijvende materiële schade en de immateriële schade. Ook de re-integratie wordt dan met het slachtoffer besproken. Dat is de “normale” gang van zaken tijdens een letselschadezaak en dat kan een complexe situatie zijn.

Re-integratie praktijkvoorbeeld: met meer hulp is er meer mogelijk

In mijn huidige praktijk heb ik te maken met een slachtoffer van een eenzijdig verkeersongeval met een, zogenaamde, lage dwarslaesie als ongevalsgevolg. Een jonge jongen, die na een coma van enkele maanden ontwaakt. Een nog thuiswonende jongen, die voor het ongeval redelijk opstandig van aard was en niet in het bezit van afgeronde opleidingen. Geen student, wel een aanpakker. Juist vóór het ongeval had hij een leuke functie op de arbeidsmarkt gevonden met een goed uitzicht op een verdere doorgroei. Zijn toekomst valt door het ongeval volledig in duigen en hij heeft geen enkel zicht op zijn verdere toekomst. Daarbij heeft hij alle kenmerken/complicaties, zoals eerder vermeld, en dus heeft hij langdurig en veelvuldig verzorging en begeleiding nodig. Een realiseerbare re-integratie is dan ver weg en mogelijk zelfs niet te verwachten.

In goed overleg met de aansprakelijke verzekeraar zijn we begonnen aan een lang traject. Inmiddels is bereikt dat hij zelfstandig woont en hij is tevens volledig voorzien in zijn mobiliteit. Met een beoordeling door een neurochirurg is vastgesteld wat de feitelijke en blijvende gevolgen van het ongeval zijn. Nu wordt overlegd over hoe zijn toekomst eruit kan komen te zien. Dat kan zijn door een financiële afwikkeling, na begroting van zijn toekomstige materiële schade, of wij kunnen alsnog een belangrijke bijdrage leveren aan een (gedeeltelijke) terugkeer op de arbeidsmarkt. Als belangenbehartiger geef je toch de voorkeur aan een re-integratie van het slachtoffer. Recente medische behandelingen hebben gelukkig ook een belangrijke bijdrage geleverd. De laatste berichten over hem zijn positief en een terugkeer naar werk lijkt in zicht.

Frits Toorians
Letselschadespecialist Pals Letselschade