Bron: Schadefonds Geweldsmisdrijven

Sinds medio oktober van dit jaar hoeven slachtoffers van een geweldsmisdrijf niet langer bonnetjes aan te dragen voor hun schadeposten. Ze ontvangen een all-in bedrag voor het leed dat hun is aangedaan. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan mensen die slachtoffer zijn geworden van een ernstig geweldsmisdrijf met ernstig psychisch of fysiek letsel. De tegemoetkoming kent een vast maximumbedrag.

De tegemoetkoming is een maatschappelijke uiting van solidariteit en een blijk van erkenning van het onrecht dat iemand is aangedaan. De uitkering is bedoeld voor het leed (smartengeld) dat een slachtoffer is overkomen en de financiële schade die iemand lijdt. Het gaat hierbij om kosten voor medische hulp en vermindering van inkomsten.

Aanleiding all-in bedrag

Het ‘oude’ beleid is heroverwogen mede door onderzoek onder aanvragers van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Hieruit bleek dat aanvragers vaak tevreden zijn met de ontvangen tegemoetkoming, maar dat hun tevredenheid vooral afhangt van de snelheid en wijze van afhandeling van hun aanvraag en van de mate waarin het ontvangen bedrag aan hun verwachtingen voldoet. Door het nieuwe beleid hoeven de medewerkers de opgevoerde schadeposten niet meer te controleren en te bereken. Bovendien worden slachtoffers ontlast, omdat zij niet meer hun schade hoeven te begroten door het indienen van bonnetjes.

Tegemoetkoming aan de hand van zes categorieën

De uitkering bestaat uit een vast bedrag, dat gekoppeld is aan één van de zes letselcategorieën. De categorie waarin het letsel valt, hangt af van de ernst van het letsel, de gevolgen voor het slachtoffer en de omstandigheden waaronder het geweldsmisdrijf plaatsvond. De tegemoetkoming kan variëren van € 1.000, – tot maximaal € 35.000, -. Door de indeling in deze categorieën wordt de snelheid van afhandeling en de voorspelbaarheid van de uitkomst vergroot.

Met de uitkering wil het Schadefonds slachtoffers (financieel) vooruit helpen, zodat zij de blik weer op de toekomst kunnen richten.

Deze ontwikkeling is in lijn met de ontwikkelingen in de branche. Het centraal stellen van het slachtoffer en het verbeteren van het proces. Slachtoffers zijn hiermee gebaat en kunnen zich meer focussen op herstel en revalidatie.