Eens in de zoveel tijd lijkt deze discussie in ons vakgebied de kop op te steken. Het laatste PIV-congres – PIV staat voor Personenschade Instituut van Verzekeraars – ging voor een groot deel over dit onderwerp.

Normering

De in de titel gestelde vraag gaat over normering van schade; in dit verband wordt ook wel gesproken over abstracte schadevergoeding. Daarmee wordt bedoeld dat voor een schadepost een norm wordt vastgesteld, waarop een benadeelde een beroep kan doen. Goede voorbeelden hiervan zijn de richtlijnen van de Letselschade Raad over huishoudelijk hulp en zelfwerkzaamheid. Voordat deze richtlijnen bestonden, was er in iedere zaak opnieuw discussie over de vraag hoeveel schade iemand wegens huishoudelijke hulp en zelfwerkzaamheid (dat is schade in verband met de onmogelijkheid om klussen in en om het huis te doen) leed. Vaak immers helpen vrienden, familie of wordt zwart extra hulp ingeschakeld. Wat voor een uurtarief spreek je dan af en hoe bewijs je die schade? Dat was eigenlijk altijd een hopeloos gedoe en bovendien vervelend voor degene die de schade wel leed, maar in feite niet kon bewijzen. Door de door de Letselschade Raad vastgestelde richtlijnen is deze discussie grotendeels verdwenen. In de praktijk wordt doorgaans de richtlijn gevolgd, hetgeen betekent dat namens de benadeelde daarop een beroep wordt gedaan en de aansprakelijke verzekeraar op basis daarvan uitkeert. Zo bezien, zou de vraag gesteld kunnen worden waarom dat niet zo snel mogelijk voor alle schadeposten kan worden geregeld. Er is echter een keerzijde.

Het beginsel van volledige schadevergoeding

In het kader van de discussie hierover wordt wel gesteld dat normering afbreuk doet aan het beginsel van volledige schadevergoeding. Hoewel dat beginsel niet als zodanig in de wet is vastgelegd – art. 6:95 BW bepaalt dat het gaat om vermogensschade en ander nadeel, voor zover de wet op vergoeding hiervan recht geeft en art. 6:97 BW geeft een basis voor abstracte schadevergoeding -, wordt letselschade zo concreet mogelijk vastgesteld. Als iemand zijn inkomen drastisch heeft zien dalen, doordat hij arbeidsongeschikt is geraakt door de gevolgen van een ongeval, dan wordt nauwkeurig uitgerekend wat zijn schade dan is door de som S = H – R (Schade = Hypothetisch inkomen – Restinkomen). Dan wordt ook rekening gehouden met een eventueel lager pensioen, fiscale consequenties etc.

Als schade genormeerd is, bestaat de reële mogelijkheid dat de persoon die op die basis een vergoeding krijgt, tekort komt. Bijvoorbeeld als iemand voor extra hulp feitelijk zwart € 15,- per uur betaalt, dan zal hij op basis van de richtlijn van de Letselschade Raad te weinig krijgen (€ 9,- per uur).

Wat te doen?

Voor dit probleem is niet eenvoudig een oplossing aan te geven. Het is belangrijk dat een benadeelde altijd reëel recht behoudt op de volledige vergoeding van zijn schade. Het beste zou het zijn als de benadeelde kan kiezen (per schadepost) of hij sneller een genormeerde vergoeding wil of wat langzamer (maar niet te langzaam) volledige schadevergoeding – dat duurt langer omdat er dan meer concreet schade vastgesteld moet worden.

Mr. Freek Schultz NIVRE-re
Letselschadespecialist Pals Letselschade