Trampolineparken zijn enorm populair. In 2011 ging het eerste Nederlandse filiaal open en dat aantal groeit in 2019 naar 98. Trampolinespringen is niet zonder risico. Hoe goed krijgen bezoekers instructies en worden ze gewezen op de mogelijke gevaren?  Radar bezocht tien parken met verborgen camera.

Jaarlijks belanden 8.000 mensen op de spoedeisende hulp met een gescheurde knieband, gebroken enkel of zelfs een gebroken nek. De cijfers zijn niet uitgesplitst of het letsel is ontstaan in een trampolinepark of op de trampoline thuis in de achtertuin.

In Nederland zijn er geen doden gevallen, maar in Amerika zijn er zes mensen overleden na een bezoek aan een trampolinepark. Daarom is daar een discussie gaande over de veiligheid van commerciële springparken.

Gebroken nek

De 19-jarige Rico Lacet liep zwaar letsel op tijdens een uitje met klasgenoten in een trampolinepark. ‘Ik wilde een dubbele salto maken, maar toen ik sprong voelde ik al dat ik te hoog en te snel ging’, vertelt Rico. De foampit, een grote bak met schuimblokken, was niet zo zacht als Rico dacht.

‘Ik kwam met een vaart op de bodem van de schuimblokkenbak terecht met mijn nek. Ik voelde het gelijk knakken en dat het niet goed voelde.’ De 19-jarige breekt zijn nek in de foampit en ligt ruim twintig minuten onder de schuimblokken voordat de ambulance er is.

Rico heeft geluk gehad dat hij nog leeft, al heeft hij nog steeds last van het ongeluk. ‘Ik ben nu volop aan het revalideren. Ik heb een pin in mijn nek en ik kan ook lastig lopen’, legt hij uit.

Tien trampolineparken

Radar is benieuwd hoe goed het toezicht is en we bezoeken tien trampolineparken. We kiezen willekeurige parken verspreid over het hele land. Acht parken zijn van de keten Jump XL. Zij zijn marktleider en exploiteren de meeste trampolineparken in Nederland. We controleren of er tijdens ons bezoek toezichthouders zijn in de zaal, hoe het toezicht is en of er vóóraf veiligheidsinstructies worden gegeven. Daarnaast testen we de verschillende area’s, zoals de foampit en de airbag.

Ondiepe foampit

Zes van de tien bezochte parken hebben een foampit. Wat opvalt is dat de foampits in de parken verschillende dieptes hebben. Als je erin springt raken je voeten de bodem, wat pijnlijk is. Eljoh Sneep, oud-turner en veiligheidsdeskundige op het gebied van trampolines vindt dat dit niet zou moeten kunnen. ‘Ik heb als ik erin spring een remweg nodig. Maar als de foampit ondiep is, word ik opeens gestopt doordat er een harde ondergrond onder ligt.’ Volgens Sneep zorgt dit voor meer kans op zware ongelukken.

Enquête

Radar is benieuwd naar de ervaringen van andere bezoekers aan trampolineparken. We houden een enquête die door 1549 bezoekers wordt ingevuld. Een kwart van hen liep letsel op. 31 mensen gaven aan zeer ernstig gewond te zijn geraakt, variërend van met je vingers tussen de metalen veren van de trampoline komen tot een gecompliceerde beenbreuk met amputatie als gevolg. Meerdere mensen liepen een dwarslaesie op. Ook nekbreuken net zoals Rico worden genoemd.

Amerikaans onderzoek

In Amerika is er nu voor het eerst onderzocht of er verschil is tussen ongelukken die gebeuren op de trampoline thuis of in een trampolinepark. Van de 439 mensen met letsel door een trampoline, kwam dat letsel in 150 gevallen door het springen in een trampolinepark en in 289 gevallen door het springen op een thuistrampoline. Het letsel is volgens het Amerikaans onderzoek in trampolineparken zwaarder en komt vaker voor bij volwassenen.

Botten breken

Kees Bartlema, traumachirurg in het Leids Universitair Medisch Centrum, bekeek het Amerikaans onderzoek. Volgens hem komt het opgelopen letsel door trampolineongelukken in Nederland overeen met het onderzoek. ‘Je ziet met name dat in trampolineparken letsel wordt opgelopen aan de benen en dan vooral aan de enkels. Als je te hard landt, dan kan het zijn dat de enkelbanden het niet houden en dat zelfs de botten breken’, legt Bartlema uit. Bij thuistrampolines is er voornamelijk letsel aan de armen. ‘Daar zie je juist dat polsen en onderarmen breken. Typische kinderbreuken.’

Volwassenen met ernstige breuken

Uit het Amerikaans onderzoek blijkt dat juist meer volwassenen ernstige breuken oplopen. Dit is volgens Sneep goed te verklaren. ‘De zwaarste ongelukken gebeuren met mannen tussen 19 en 24 jaar. Ze zijn wat stoerder, doen wat gevaarlijkere dingen en hebben meer zelfoverschatting. Er zijn heel veel kinderen die ongelukken krijgen, maar die zijn minder zwaar dan die van volwassenen.’ Daarom is volgens de veiligheidsdeskundige goede instructies en toezicht cruciaal bij deze groep.

Geen instructies

En aan die instructies schort het. Van de tien parken die wij bezochten kregen we bij drie parken geen enkele uitleg. We konden zo gaan springen. Bij drie parken kregen we vage instructies. De toezichthouder gaf een korte instructie en legde niet de meest relevante regels uit. ‘Daar schrik ik van’, zegt Sneep. ‘Als niemand mij gaat vertellen dat ik een risicoactiviteit ga doen: hoe kan ik mezelf dan beschermen tegen de risico’s die bij die activiteit horen? Ik vind dat onverantwoord.’

Zonder toezicht levensgevaarlijk

Je verwacht dat het toezicht in zo’n trampolinepark goed is, maar uit eigen onderzoek blijkt dit niet het geval. In twee van de tien bezochte parken was er tijdens het uur springen geen toezichthouder te bekennen. In vijf andere parken waren de toezichthouders meer met zichzelf bezig dan met de springende kinderen. Ze zaten verstopt in een hoekje of oefenden zelf trucjes. Sneep is stellig: ‘Met geen of matige toezicht kan ik het park echt als een speeltuin gaan gebruiken. En dan is een trampolinepark levensgevaarlijk.’

Nederlandse richtlijn in 2019

Eljoh Sneep, tevens voorzitter van de Nederlandse normcommissie voor trampolineparken, is al twee jaar bezig met het opstellen van een Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR) in overleg met exploitanten, producenten van trampolines en het NEN (Nederlandse Normalisatie-instituut). In die NPR – die in 2019 klaar moet zijn – staan de gemaakte afspraken over veiligheid in trampolineparken beschreven.

‘De huidige tekst uit de richtlijn stelt dat het aantal toezichthouders niet minder dan één per twintig onervaren of dertig ervaren gebruikers moet zijn’, laat Sneep weten. Qua opleidingseisen stelt de richtlijn dat het personeel genoeg training krijgt om competent te zijn voor de taken die hen volgens de procedures van het park zijn toebedeeld.

Het advies is dat tijdens openingstijden 50 procent van het personeel een EHBO-certificaat bezit met een minimum van twee personen. Volgens Sneep ben je als trampolinepark niet verplicht je aan te sluiten bij de richtlijn. ‘Ook normen zijn trouwens geen verplichting, totdat ze bij wet worden aangewezen.’

Trampolineparken gezien als speelparken

Sneep vindt het een doorn in het oog dat voor de wet trampolineparken gezien worden als speelparken. ‘En dat terwijl de stunts die er worden uitgevoerd acrobatisch zijn.’ Omdat trampolineparken gezien worden als speelparken, is er nu alleen maar regelgeving betreft de toestellen en het materiaal. Volgens de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) krijgt een trampolinepark een certificaat via een WAS-keuring, de Warenwet Attractie- en Speeltoestellen. Deze wordt afgegeven door een aangewezen keuringsinstelling en is verplicht.

Geen regelgeving

Maar er is nog geen regelgeving omtrent het toezicht en de veiligheidsinstructies in trampolineparken. ‘Er hoeft geen wettelijke aanpassing te komen’, zegt Marijn Colijn, inspecteur bij de NVWA. ‘We doen nu samen met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onderzoek naar de veiligheidsbeleving van trampolineparken.’

Hoogste risiconiveau

Trampolineparken moeten volgens Sneep als sportparken worden gezien. ‘Bij een vermenging van sport en spel moet je altijd kijken naar het hoogste risiconiveau. En in deze veroorzaakt de sport de meeste risico’s’, vertelt de oud-turner. ‘Daarom moet er in een trampolinepark een stuk begeleiding uit de sport zijn. Turnen lijkt zo makkelijk, maar dat is het niet.’

Gebruikstoezicht ingeregeld door de exploitant

De NVWA houdt zich naast de keuring van de speeltoestellen ook bezig met het gebruikstoezicht. ‘Wij kijken of er sprake is van voldoende gebruikstoezicht, die ingeregeld wordt door de exploitant’, legt Colijn uit. ‘Wij zien ook dat toezichthouders in de trampolineparken niet altijd goed zijn opgeleid. En dat moet beter.’

Verantwoordelijkheid ook bij de ouders

Zowel Sneep als Colijn vinden dat de verantwoordelijkheid om veilig te kunnen springen in een trampolinepark niet alléén bij de exploitanten ligt. ‘Zij moeten er voor zorgen dat de toezichthouders de gebruikstoezicht in acht nemen’, aldus Colijn. Maar volgens de inspecteur van de NVWA ligt er ook een stukje verantwoordelijkheid bij de ouders. Sneep ziet dat anders. ‘Ouders zijn een manier om een kind te begeleiden en om het veiliger te maken. Maar ouders hebben ook niet het inzicht in de risico’s.’ Sneep vindt dat je zelf als eerste verantwoordelijk bent voor je eigen veiligheid. ‘Als je in een trampolinepark trucjes wil doen, moet je zelf kunnen inschatten of je dat ook kan.’

Jump XL verbaasd over uitkomsten

Jump XL, de keten waarvan we verschillende vestigingen hebben bezocht, laat in een schriftelijke reactie weten dat zij verbaasd zijn over de uitkomsten van het Radar-onderzoek. ‘We nemen de uitkomsten zeker serieus. Veiligheid staat bij al onze parken voorop.’  Volgens Jump XL krijgen alle toezichthouders een veiligheidstraining en een BHV-training. ‘Onze Jump Masters, toezichthouders, kun je vergelijken met de badmeester bij een zwembad.’

Ook is Jump XL verbaasd over het aantal genoemde incidenten. ‘Het aantal ongelukken waarbij een arts is betrokken ligt gemiddeld op vijftien per jaar per park. Dat is bij een gemiddelde van 50.000 springers per jaar per park minder dan 0,05 procent’, aldus Jump XL.

Lees hier de volledige reactie van Jump XL

GroenLinks: bij de minister onder de aandacht brengen

GroenLinks Kamerlid Lisa Westerveld laat in een schriftelijke reactie weten dat het bewegen en sporten in trampolineparken niet zonder risico is. ‘Bij het Kamerdebat op 12 juni, over sportbeleid, zullen we daarom het onderwerp trampolineparken bij de minister onder de aandacht brengen.’

bron: radar.avrotros.nl

Heeft u vragen? Ons intaketeam is bereikbaar op 0800-89 98 533