Al eerder werd duidelijk dat van verzekeraars’ zijde een discussie wordt opgeworpen over de schadevergoeding bij whiplashzaken. In verschillende vakbladen (Tijdschrift voor Vergoeding van Personenschade, het PIV- bulletin en NJB, Nederlands Juristenblad) is geopperd om, vanwege het ontbreken van aantoonbare afwijkingen, de hoogte van de schadevergoeding te beperken. Dat zou dan vooral moeten door de looptijd van de schade te beperken. Wat wordt daar mee bedoeld?

Looptijd van de schade

Als iemand letselschade oploopt, dan zal – na het aansprakelijk stellen en de eerste bevoorschotting – in eerste instantie aangekeken worden of iemand herstelt of niet. Als volledig herstel optreedt, dan is de afwikkeling van de schade meestal relatief eenvoudig. Achteraf is vast te stellen hoeveel kosten iemand gemaakt heeft, of er inkomen of winst is misgelopen en hoeveel smartengeld iemand zou moeten hebben. Als volledig herstel niet optreedt, zal bekeken moeten worden wat de toekomstige gevolgen zijn van het letsel op het leven van de benadeelde. Dat is vaak lastiger.

De vraag die dan onder andere ook opkomt is welke looptijd gehanteerd moet worden. De looptijd van de schade is eigenlijk gewoon de duur van de schade. Een voorbeeld: als iemand ten tijde van een ongeval 35 jaar oud is en hij of zij raakt volledig arbeidsongeschikt door een ongeval, terwijl gegeven is dat de pensioenleeftijd 67 jaar is, dan is de looptijd van de schade vanwege verlies arbeidsvermogen (inkomensverlies) 32 jaar. Na het vaststellen van de jaarschade kan dan uitgerekend worden, bij voorkeur door een actuaris, wat de toekomstige schade voor deze post bedraagt.

Bij whiplash-zaken is het de intentie van verzekeraars om de looptijd van de schade beperkt te houden, bijvoorbeeld tot 3 of 5 jaren. Dat zou in het hiervoor gegeven voorbeeld betekenen dat het inkomensverlies maar voor een klein deel betaald wordt. Dat is lang niet altijd terecht.

Blijvende klachten en beperkingen

Waar het om gaat is of een whiplash slachtoffer kan aantonen dat hij of zij blijvende klachten en beperkingen heeft opgelopen bij een ongeval. Daartoe is men dan aangewezen op medische deskundigen, in het bijzonder een neuroloog en eventueel neuropsycholoog. Hierover valt (heel) veel meer te zeggen, maar het uitgangspunt is het volgende. Als deze deskundigen oordelen dat sprake is van reële klachten en dat deze blijvend van aard zijn, dan is het niet redelijk om voor wat betreft de schade die door die klachten wordt veroorzaakt een beperkte looptijd aan te houden. Uit de rechtspraak over dit onderwerp volgt dat zelden een beperking van de looptijd van de schade wordt aangenomen. Dat is doorgaans pas aan de orde als daarvoor concrete aanwijzingen bestaan (zoals bijvoorbeeld een andere aandoening die ook tot arbeidsongeschiktheid leidt).

Mr. Freek Schultz NIVRE-re
Letselschadespecialist Pals Letselschade