Het is vrijdag 12 mei 2000 als politieman Sjoerd-Fokke Dijkstra wordt opgeroepen naar een brand te gaan in Drachten. Rond vijf uur ’s nachts breekt er een zware brand uit bij de vestiging van ATF (thans Van Gansewinkel). Bij dit bedrijf ligt al het klein chemisch afval uit Friesland opgeslagen voordat het verder verwerkt wordt. Tijdens deze brand gaat 480 ton afval de lucht in en is een van de grootste chemische rampen in Nederland ooit. Vanwege de vuurwerkramp in Enschede de dag daarna, ging bijna alle media aandacht uit naar deze ramp. Er wordt daarom ook wel gesproken van de ‘vergeten brand’. De gevolgen van het inademen van de giftige stoffen die bij de brand vrij kwamen hebben een grote impact op de rest van het leven van de heer Dijkstra.

De nacht van de ATF-brand

‘Ik weet nog dat we op moesten komen om naar de brand te gaan. In die tijd was ik zelf nog werkzaam als chef basispolitiezorg van het district Drachten. Als politie kom je daar ter plaatse aan en zorgt ervoor dat alles goed afgezet wordt. Er stegen zwarte rookwolken op en er hing een enorme stank. En dan vraag jij je af wat is dit voor een brand. Ter plaatse zijn toen onderzoeken gedaan door onder andere de brandweer, maar het zou niet schadelijk zijn voor de maatschappij. We hebben die avond, vanwege de stank, besloten om op gezette tijden te wisselen van posten en deze zo ver mogelijk van de brand te plaatsen. Na de brand zijn er officiële metingen gedaan door de RIVM. Uit dit onderzoek bleek dat de grenswaarden honderden malen overschreden was.

De gevolgen van de ATF-brand

Voor de brand deed ik veel aan verdedigingssporten, maar na de brand merkte ik dat ik dat niet meer kon. Ik dacht bij mijzelf dat het zou komen door de drukte of dat ik gewoon een dagje ouder werd. Ik was snel moe, futloos en had het vaak benauwd. Daarnaast had ik last van concentratieproblemen, stond mijn immuunsysteem op de kop, maar ook mijn vochthuishouding. Ik kwam in gewicht aan. Ook transpireerde ik veel meer dan normaal. Tijdens een cursus kwam het bijvoorbeeld voor dat ik drie keer een schoon T-shirt aan moest trekken.

Mijn huisarts kon niet veel met mijn klachten en de eerste onderzoeken na de brand wijzen niet op grote gevolgen voor de gezondheid. Het rapport van de GGD in 2004 inventariseert de 27 deelonderzoeken die door verschillende instanties werden verricht. Hierin stond dat de locatie vervuild was, maar dat het bluswater ook schadelijke stoffen bevat. De conclusie was dat de brand geen gevaar was voor de volksgezondheid.

Zo’n 4 jaar later kreeg ik een uitnodiging voor deelname aan een groot onderzoek. Het bleek dat er veel mensen met vragen over de gevolgen van de brand zaten. Ik dacht nog misschien was er toch wel meer aan de hand. In 2007 ontving ik de (medische) onderzoeksresultaten en hieruit bleek dat ik één van de vier zwaarst getroffenen was. Bij vier mensen is de relatie tussen de brand en hun gezondheid aannemelijk, van een twintigtal andere mensen is de relatie mogelijk. Je merkte ook wel dat kennis voor goed onderzoek ontbrak.

Na zeven jaar; arbeidsongeval

Ruim zeven jaar na de brand werd door het onderzoek duidelijk dat de relatie tussen de brand en mijn gezondheid aannemelijk was. Het zou dan gaan om een arbeidsongeval, aangezien ik tijdens de uitoefening van mijn werk letsel heb opgelopen. De bedrijfsarts meende dit ook. Maar er gebeurde helemaal niets. Ik dacht dat mijn werkgever mij steunde en begrip zou geven en ook constructief naar een oplossing zou willen zoeken. De verzekeraar gaf tijdens het traject aan niet te willen uitkeren vanwege onder andere verjaring en de korpsleiding schrikt van de hoge kosten van een mogelijke erkenning.

Pas twaalf jaar na de brand is nu de letselschadezaak afgewikkeld. Inmiddels was er een nieuwe chef en korpsleiding bij het district, die een realistische instelling had. Ze keken naar de gevolgen van het ongeval van mij als medewerker, los van de consequenties voor de organisatie. Maar vooral door de hulp van Johan Klijnsma van Pals Letselschade, is er een financiële afwikkeling gekomen met de verzekeraar van het bedrijf van de brand in mijn letselschadezaak. Vooral de erkenning die er kwam door de schadevergoeding, maar ook de erkenning van een dienstongeval van de werkgever, gaf mij een gevoel van rust en betekende het kunnen sluiten van boek met veel hoofdstukken. Twaalf jaar wachten is lang en dan is het fijn om te ervaren dat, bij de letselschadespecialist, Pals Letselschade en in dit geval Johan Klijnsma jouw zaak in professionele en vertrouwde handen is. Dat geeft in een turbulente fase toch echt een stuk houvast en rust.

Hoe kijk je naar de toekomst?

Ik zie de toekomst ondanks de chronische aandoeningen positief! Ik heb een hartstikke leuke nieuwe baan, met mijn gezin gaat het goed en ik ga vaak met mijn dochter mee naar haar sport. Tijdens de periode van de afwikkeling, werd ik voor een nieuwe interne functie gevraagd. Op dat moment besefte ik nog niet dat klachten die ik had de gevolgen waren van de brand. Ik ben blij dat ik toen wel de goede keuze heb gemaakt. Sinds die tijd ben ik trainer/coach bij Management Development. Ik geef (landelijk) cursussen en trainingen op het gebied van leidinggeven en samenwerken van teams. Ondanks dat ik nog wel eens denk aan mijn oude functie, heb ik een motiverende baan en werk ik met veel plezier. Uiteraard denk ik nog wel eens aan mijn oude functie die ik ook met veel plezier deed.

Natuurlijk heb ik nog last van de gevolgen van de brand. Ik zal daarmee moeten leren leven. Als het mistig en koud buiten is, dan heb ik het echt benauwd en ben ik vermoeid. Ik kan niet alles meer wat ik voor de brand deed, maar met structuur en goed plannen kan ik mijn leven indelen. Ik hoop dat de instanties in Nederland beseffen hoe belangrijk onderzoeken zijn naar een brand en dat die gevolgen soms groter zijn dan in eerste instantie gedacht wordt. Als je kijkt naar de Moerdijk brand, maar ook naar 9/11 in New York en de Bijlmerramp, dan zie je grote overeenkomsten. Ook In Moerdijk zou het niet schadelijk zijn geweest, echter is dat wel het geval. Ik hoop dat er kennis opgedaan wordt om te voorkomen dat mensen net als ik met de gevolgen moeten leren leven.