Labd_Pals-Letselschade-raar.jpg

Zo begon dit bijzondere telefoongesprek. Een situatie waarbij ik dan met moeite de neiging kan bedwingen om heel hard “RAAR!” te roepen. Er is een aflevering van Jiskefet waarin een alternatief en nogal bijzonder toneelstuk wordt opgevoerd. Het publiek zit quasi-intellectueel toe te kijken maar één van hen (Michiel Romeijn) verwoordt wat iedereen zou moeten of kunnen denken. Hij roept heel hard “RAAR!” en herhaalt dat steeds. Terwijl iedereen in het publiek hem compleet probeert te negeren. “RAAR!” Zo’n scène wordt dan in mijn geheugen opgeslagen om in dit soort situaties geactiveerd te worden.

Natuurlijk heb ik niet heel hard “RAAR!” tegen de mevrouw geroepen. Ik heb wel haar naam gevraagd. Haar stem kwam me ook al steeds bekender voor. Het bleek de moeder van een van mijn cliënten. Die jongen was op zijn bromfiets aangereden door een auto. Discussie over aansprakelijkheid. Met een hele lastige verzekeraar.

De moeder had zich nogal actief met de zaak van haar zoon bemoeid. In eerste instantie was haar bijdrage die van een betrokken moeder. Ook al was haar zoon meerderjarig, het blijft toch je kind en dan wil je wel weten of het goed komt. Begrijp ik. In het vervolg was haar bijdrage positief. Ze had informatie verstrekt die ik goed kon gebruiken. Was ik blij mee. Ben altijd blij als de klant uit eigen initiatief iets sneller kan achterhalen dan ik. Zeker als dat ongevraagd is. Nadien stemden haar bijdragen mij echter steeds minder dankbaar.

Er kwamen nogal wat emoties voorbij. Teleurstelling, irritatie, gewoon boosheid en vooral verwijten. Ik deed niet genoeg. Het duurde te lang. We moesten maar naar de rechter. Dat was volgens mij nog wat voorbarig. Maar daar had deze moeder geen boodschap aan. Hoe was haar zoon eigenlijk bij ons bureau terecht gekomen? Daar zat een luchtje aan. Ze had van haar zoon begrepen dat ik hem zomaar ongevraagd had gebeld.

Dat zou wel heel raar zijn, dacht ik. Dus ging ik toch even terug naar de eerste contactmomenten en mijn gespreksverslag in het dossier. En zo kon ik mevrouw vertellen dat haar zoon toch echt zelf contact met ons kantoor had gezocht. En dat ik via Carla van onze intake-afdeling het verzoek had gekregen om deze kwestie in behandeling te nemen. Waarna ik hem inderdaad had gebeld.

Nou, moeder van cliënt was er sowieso wel klaar mee. Ik moest het dossier haar maar toesturen. Dat kon natuurlijk niet. Niet dat ik twijfelde aan haar betrokkenheid. Maar haar (meerderjarige) zoon zou mij dat toch echt zelf moeten vragen. Dezelfde middag kreeg ik nog een e-mail van haar zoon. Met het verzoek om mijn werkzaamheden te beëindigen. Hij ging een advocaat inschakelen. Die heb ik het dossier gestuurd. En nog een keer. En nu had hij haar gevraagd om naar een collega te vragen? Raar!

Bert Heida, Letselschadespecialist NIVRE-re