Sterfelijkheid

Het komt niet vaak meer voor dat ik de jongste aan tafel ben. Vanaf 1 juli ben ik de oudste werknemer van Pals. (Dan heeft de nu oudste werknemer afscheid genomen.) Maar niet alleen onder collegae telt mijn 60-plus zijn. Ook op feestjes, cursussen en andere bijeenkomsten ben ik steeds vaker de oudste aanwezige. Of in ieder geval een van de oudste.

Bert_Sterfelijk_Web.jpg


Begin mei had ik echter een gesprek met de echtgenoot van een 77-jarig slachtoffer. De mevrouw was op haar fiets aangereden door een auto. Ze had meerdere fracturen en verbleef nog in een verzorgingshuis voor revalidatie. Een bevriende oud-collega van meneer had mij gebeld. Hij was ook bij het gesprek en bleek gepensioneerd. Dus zat ik met een 65-plusser en een vitale 80-jarige aan tafel. Als de benjamin. Dat vonden we alle drie wel grappig. Jammer dat de aanleiding voor het gesprek dan een persoonlijk drama is.

Wel fijn dat de veroorzaker zich heel verantwoordelijk had getoond. De automobilist was heel ontdaan, had uitgebreid excuses gemaakt en het direct gemeld bij zijn verzekeraar. Die op haar beurt ook meteen contact had opgenomen, aansprakelijkheid had erkend en had gewezen op de mogelijkheid een belangenbehartiger in te schakelen. Ze zouden over vier weken weer even contact opnemen om te vragen hoe het ging. Wel jammer dat er dan niet meteen een voorschot betaalbaar was gesteld. Maar goed, zo kon ik mijn toegevoegde waarde wel direct laten zien. Ik bracht ook de voorlopige schade in kaart en zou direct een voorschot vragen. Niet slecht van zo’n broekie!

Maar dit broekie heeft het pensioen in zicht. Grijze haren, ouderdomsvlekken, het gaat allemaal niet meer zo soepel. Na het klussen vervelende pijntjes. Confrontatie met de sterfelijkheid. En dan is het altijd fijn als er nog oudere mensen zijn die ook nog functioneren en waar ik de jongste aanwezige ben.

Het was dan ook met een tevreden gevoel dat ik weer naar huis reed. Leuk gesprek gehad en iets kunnen betekenen. Het was mooi weer. Ik had een fijn muziekje uitgekozen… Toen belde mijn zus. Met droevig nieuws.

Haar partner is blind. En ziet dus weinig. Hij maakt zelfs de hardste grappen over zijn handicap dus vindt dit geen lullige opmerking. Hij vindt het wel vervelend als ze in een restaurant aan mijn zus vragen wat hij wil eten. Blind is namelijk iets anders dan achterlijk. Maar daar gaat het nu niet over. Wel over hun honden. Want hij heeft een blindengeleidehond. En de gepensioneerde is ook gebleven. Twee golden retrievers. Mooie, lieve honden. Een paar dagen eerder had ik ze nog gezien. Op de verjaardag van mijn zus. Enthousiast als altijd. En nu was de oudste niet meer. Ze hadden hem moeten laten inslapen, vertelde mijn zus in tranen. Hij kon niet meer staan of liggen en was gewoon op.

Als mensen ‘op zijn’ dan kun je niet zomaar beslissen dat het klaar is. Dan is euthanasie, zelfs in Nederland, nog niet zomaar geregeld. En soms ook helemaal niet. Want dan is iemand niet meer in staat om zijn wensen kenbaar te maken, is er niets vooraf geregeld of wil de huisarts toch niet meewerken. Bij (huis)dieren is het niet zo’n probleem en wordt in overleg met de dierenarts gewoon een inschatting gemaakt van de kwaliteit van leven ten opzichte van het nog te verwachten lijden. En dat is fijn maar nog steeds niet makkelijk. Zeker niet als de hond bij de dierenarts nog een opleving heeft. En na zijn eerste prikje netjes gaat zitten in afwachting van een brokje. Want dat kreeg hij hier bij de eerdere bezoekjes toch ook?

Bert Heida, Letselschadespecialist NIVRE-re